In mijn sculpturen, schilderijen en installaties staat een tussen-in-bevinden centraal. Tijd, bewustzijn en natuur zijn terugkerende thema's. Ik ben voornamelijk geÔnteresseerd in de grenzen of overgangsgebieden rond deze thema's. Onverenigbare maar ook onafscheidelijke elementen als droom en realiteit, verleden en toekomst, wat de natuur geeft en wat wordt onttrokken worden in de werken verenigd. Ik verbind gebeurtenissen of situaties uit mijn persoonlijke leven en omgeving met reeds bestaande elementen tot de individuele ervaring onderdeel van een gelaagde overzichtelijke constructie wordt. Binnen het kunstwerk zoek ik naar een gecombineerde balans of een gebalanceerde verdeling van inhoud en beeld. Ik zoek naar manieren om vanuit een lineair, fysiek materiaal en perspectief onzichtbare grenzen op te zoeken die ik in mijn dromen soms weet te overschrijden.

Het beeld van de zee komt door mijn gehele oeuvre regelmatig terug en de laatste jaren gaat vrijwel al het werk over de zee. Dit heeft ongetwijfeld te maken met dat ik op een eiland ben opgegroeid (en ik woon ook nu in de buurt van de zee). Ik weet bijvoorbeeld niet hoe laat ik ben geboren maar wel dat het toen hoogwater was. De zee is ook een heldere verbeelding van een grens of overgangsgebied; een grens die ik keer op keer moest oversteken om thuis te komen. Ook speelt de zee de hoofdrol in hoe we een gezamenlijke toekomst voorstellen. In verschillende periodes maakte ik nooit werken die op elkaar lijken, alleen het beeld van de zee in de nacht blijft terugkomen. Dit is mijn rustpunt, het nulpunt van waaruit ik verder kan. De meeste dingen van belang heb ik 's nachts op het strand bedacht en besloten, niet alleen omdat er meer fysieke ruimte is maar ook denkruimte en een interactie met de omgeving die tot duidelijke antwoorden en een heldere focus leidt; wat niet werkelijk belangrijk is bestaat daar niet, het is ook onmogelijk eraan te denken. De drang om veel sterren te tekenen kan ik niet direct verklaren, maar het heeft te maken met deze nachten in het donker en de immateriŽle maar onmiskenbare waarde ervan. Waarschijnlijk blijf ik vrije ruimte met sterren opvullen omdat het zien van de sterren een vrijheid is die zeldzaam wordt en onder druk staat (door satellieten, vliegtuigen, lichtvervuiling) en omdat de ruimte weerloos is tegen wat met veel landschappen al gebeurd is: exploitatie en extractie zonder besef van gevolgen, zonder iets terug te geven. Ik geef de sterrenhemel mijn aandacht. Ik denk dat alle aandacht die niet van commercieel belang kan zijn belangrijk is. Diezelfde geconcentreerde aandacht wil ik ook zoveel mogelijk in het werk hebben, vandaar dat zich herhalende patronen, repetitieve handelingen en het langdurig voorbereiden of verzamelen van materialen regelmatig voorkomen.

Fragmenten uit literatuur of wetenschap, (droom)dagboeknotities, gevonden materialen, foto's; alles wat verwantschap met het thema vertoond wordt verzameld en als een puzzel in elkaar gelegd. Dit resulteerde meestal in ťťn vorm waarin alle relevante gegevens verwerkt werden, maar meer recent ontstaan ook groepen werken waarin verschillende aspecten aan bod komen die elkaar aanvullen. Dit is een iets lossere benadering waardoor de afzonderlijke delen soms ook op verschillende manieren in een installatie verwerkt worden. Waar ik eerst streefde naar een definitie van het onderwerp in een vaste vorm, geeft het werk nu meer toe aan het besef dat alles altijd aan verandering onderhevig is en dat het werk een momentopname is en geen slotwoord. Vanuit elk nieuw moment tracht ik het onderwerp zo goed mogelijk te omvatten en te begrijpen. Het gaat hierbij niet enkel om het uitwerken van een verzameling theorie, het beeldende proces hoort hiermee hand in hand te gaan en een vormentaal dient ook wezenlijk bij te dragen aan de som der delen. Dit komt onder meer tot uiting in de materiaalkeuze. Ik kies vaak voor inhoudelijke materialen, materialen die al een 'leven' achter de rug hebben waarin ze verwantschap met het onderwerp van het werk vertonen. Meestal zijn dit natuurlijke materialen. Zo werkte ik onder andere met olie uit het hoofd van een potvis, maakte ik verf van suppletiezand en fossiele botten en gebruikte ik het vlies uit zaaddozen van judaspenningen om de grens tussen bewustzijn en onderbewustzijn aan te geven. De materiaalkeuze hangt ook samen met een aantal kernwaarden binnen mijn praktijk: Zo weinig mogelijk kopen, zo weinig mogelijk weggooien en een menselijke maat aanhouden.

De afgelopen jaren heb ik meermaals met aan mijn geboorteplek, het waddengebied, gerelateerde onderwerpen gewerkt om te onderzoeken welke invloed activiteiten als extractie en suppletie in de schaduw van de klimaatcrisis hebben op het verbonden zijn met een specifieke plek en hoever deze invloed doorwerkt. Ongeveer synchroon hiermee liepen de voorbereidingen voor de publieke sculptuur 'Waker en Wachter', die bij de duinen bij mijn geboorteplek staat. Het vaker en langerterug zijn leidde tot een verdieping van oude banden en een hernieuwde dialoog met de plek. Het leidde ook tot het besef dat het blijven leren kennen van dezelfde plek een verdieping geeft die met verschillende plekkenen kortstondige bezoeken nooit bereikt kunnen worden. Ik kreeg inzicht in de verschillende niveaus van kennen en observeren; hoe de aandacht nieuwe elementen blijft vinden die eerder onzichtbaar leken en soms een glimp opvangt van hoe het samenhangt. Het leidde ook tot zeer omdat het verweven raken pijn doet wanneer bijvoorbeeld het zand vervuild is, er her en der dode dieren verspreid liggen of uit het lezen van rapporten blijkt dat ook deze plek uiteindelijk vrij weerloos is en zelf weinig rechten heeft. In mijn werk gebruik ik onderdelen van deze ervaringen (zoals een rapport van een oliemaatschappij vervormd tot een gedicht over onzekerheid of samples van de vervuiling die ik aantref, opruim of aankaart). In de werken geef ik de plek de centrale positie en daarvanuit kijk ik naar wat contrasteert of schuurt of indruist tegen mijn menselijke perspectief en in die zin probeer ik te gebruiken wat de plek aanduidt om zo enige autonomie te kunnen geven.

Net als de zee zijn dromen een constante in mijn oeuvre, ze duiken op in verschillende werken uit verschillende tijden en komen voor in de achterliggende documentatie van anderen. Het dromendagboek dat ik al twintig jaar lang bijhoud, inmiddels een dik document van honderden pagina's, dat zich grotendeels aan zee en deels in de toekomst afspeelt, gaat een steeds grotere rol spelen. Voor mijn laatste presentatie op de Rijksakademie maakte ik een video van de dieren die voorkwamen in deze dromen (Remembering Animals) en gebruikte deze lange, groeiende lijst van steeds realistischer wordende soorten als eerbetoon aan de dieren die verdwijnen en vergeten worden in onze huidige tijd. De dromen zijn van belang doordat vrij van een vaste eenheid in tijd, ruimte en situatie, vrij van een selectief geheugen, het beeld voortkomt uit alle aanwezige kennis en ervaring. Hoewel niet altijd direct te begrijpen zijn de dromen eerlijk en onverbiddelijk, zoals de natuur dat ook is. Ik geloof ook dat dromen daadwerkelijk bijdragen aan het begrijpen van omgevingen en situaties, zo was ik in een droom een keer de bodem van de zee. Zonder lichaam of gedachten, maar ik voelde alles wat door mij bewoog. Het lijkt erop dat in de droom enkel fragmenten worden getoond, toch wordt het geaccepteerd of ingevuld tot een volledige situatie. Niet altijd direct te verklaren, maar het had ook niet anders gekund. In mijn werk verzoek ik deze vorm van logica te evenaren, het fragmentarische spectrum van wat ik verzameld en onderzocht heb te combineren of tot vormen te vertalen tot het individuele van losstaande elementen of ideeŽn opgeheven wordt en er, zoals in de droom over de zeebodem, iets dat op verwantschap lijkt verschijnt.